zondag 22 juni 2008

» 'Ken uzelf' [Dutch] - ISOTM

,,Het beginsel 'ken uzelf' is zeer rijk van inhoud. In de eerste plaats is het nodig dat iemand die zichzelf wil kennen, begrijpt wat dit betekent, wat ermee samenhangt, en waar het noodzakelijkerwijs op berust.

[...]

,,Studie van zichzelf is het werk, of de weg die naar zelfkennis voert.
,,Maar om zichzelf te bestuderen, moet men eerst leren hoe te studeren, waar te beginnen, welke methoden te gebruiken. Een mens moet leren hoe zichzelf te bestuderen en hij moet de methoden bestuderen van studie van zichzelf.
--
  • De machines zijn in alle mensen min of meer van dezelfde makelij; daarom moet de mens vóór alles zijn organisme bestuderen :
  1. de bouw van zijn organisme
  2. de functies van zijn organisme
  3. en de wetten van zijn organisme
  • Zo is het nodig bij het observeren van de functies van de menselijke machine de juiste indeling van de waargenomen functies te begrijpen en in staat te zijn deze nauwkeurig en onmiddellijk te onderscheiden.
--

Er bestaan twee methodes van zelfwaarneming:
  • analyse
[of poging daartoe, dat wil zeggen pogingen om antwoorden te vinden op de vragen waarop een bepaald iets berust en waarom het gebeurt]
  • registreren
[eenvoudig een innerlijke notitie maken van wat op een bepaald ogenblik wordt waargenomen]

--
  • 'Registreren', dat wil zeggen vastleggen van het resultaat van directe waarneming van hetgeen zich in hem afspeelt, levert het belangrijkste materiaal in het werk der studie van zichzelf.
  • Wanneer een bepaald aantal 'notities' zijn verzameld en tegelijkertijd tot op zekere hoogte de wetten zijn bestudeerd en begrepen, wordt analyse mogelijk.
  • (dus 1. 'Registreren' 2. Analyse)
--

Alle werkzaamheid van de menselijke machine is onderverdeeld in 4 groepen scherp omlijnde functies, die ieder bestuurd worden door een eigen 'brein' of 'centrum'.

Namelijk de:
  • intellect- of denkfunctie
  • emotie- of gevoelsfunctie
  • bewegingsfunctie
  • instinctfunctie
--

De denkfunctie werkt altijd door middel van vergelijking. Intellectuele conclusies zijn altijd het resultaat van vergelijking van twee of meer indrukken.

Gewaarwording* en gevoel redeneren niet en vergelijken niet; zij onderscheiden een indruk eenvoudig zoals deze zich voordoet als aangenaam of onaangenaam in een of andere zin, naar kleur, smaak of geur. Gewaarwordingen kunnen bovendien neutraal zijn - warm noch koud, aangenaam noch onaangenaam; 'wit papier', 'rood potlood'. In de gewaarwording van wit of rood ligt niets aangenaams of onaangenaams. Er hoeft althans met de een of andere kleur niets aangenaams of onaangenaams verbonden te zijn. Deze gewaarwordingen, die van de zogenaamde 'vijf zinnen' en andere, zoals het gevoel van wamte, koude enzovoorts, zijn instinctief. Gevoelsfuncties of emoties zijn altijd aangenaam of onaangenaam; neutrale emoties bestaan niet.

"Sensation and emotion do not reason, do not compare, they simply define a given impression by its aspect, by its being pleasant or unpleasant in one sense or another, by its color, taste, or smell. Moreover, sensations can be indifferent—neither warm nor cold, neither pleasant nor unpleasant: 'white paper,' 'red pencil.' In the sensation of white or red there is nothing either pleasant or unpleasant. At any rate there need not necessarily be anything pleasant or unpleasant connected with this or that color. These sensations, the so-called 'five senses,' and others, like the feeling of warmth, cold, and so on, are instinctive. Feeling functions or emotions are always pleasant or unpleasant; indifferent emotions do not exist.
* gewaarwording = het bewust worden van indrukken

--

Door middel van het verstand zien wij één aspect van de dingen en gebeurtenissen, door middel van de gevoelens een ander aspect en door middel van de gewaarwordingen een derde aspect. De meest volledige kennis die voor ons van een gegeven onderwerp mogelijk is, kan alleen worden verkregen als wij het gelijktijdig met ons verstand, onze gevoelens en onze gewaarwordingen onderzoeken. Een ieder die juiste kennis wil verwerven, moet streven naar de mogelijkheid van een zodanig onderzoeken.

[...]

Bestuderen is één ding, veranderen een ander.

[...]

Verandering is onder gewone omstandigheden onmogelijk, omdat een mens wanneer hij iets wil veranderen, alleen dit ene wil veranderen. Maar alles in de machine is onderling verbonden en iedere functie wordt onvermijdelijk in evenwicht gehouden door een andere functie of door een hele reeks andere functies, hoewel wij ons niet bewust zijn van deze onderlinge verbondenheid van de verschillende functies in onszelf. De machine is op ieder moment van haar werkzaamheid in al haar onderdelen uitgebalanceerd. Als iemand in zichzelf iets ontdekt wat hem niet aanstaat en zich inspanningen getroost om dit te veranderen, zal hij misschien een zeker resultaat bereiken. Maar tegelijk met dit resultaat zal hij onvermijdelijk een ander resultaat verkrijgen dat hij niet in het minst verwachtte of wenste en dat hij niet kon hebben vermoed. Door er naar te streven alles te vernielen en te vernietigen wat hem niet aanstaat, door zijn inspanningen voor dit doel, verstoort hij het evenwicht van de machine. De machine streeft ernaar het evenwicht te herstellen en zij herstelt dit evenwicht dor een nieuwe functie te scheppen die de mens niet had kunnen voorzien.

Daarom moet iemand die op de juiste manier aan zichzelf werkt de mogelijkheid van compenserende veranderingen in aanmerking nemen en daarmee bij voorbaat rekening houden. Alleen op deze wijze is het mogelijk ongewenste veranderingen, of het optreden van eigenschappen die lijnrecht in strijd zijn met het doel en de richting van het werk, te vermijden.

Maar in het algemene systeem van werken en functioneren van de menselijke machine zijn bepaalde punten waarin een verandering kan worden teweeggebracht zonder dat dit aanleiding geeft tot het optreden van nevengevolgen.

Het is nodig deze punten te kennen en te weten hoe ze te benaderen, want als men niet met deze punten begint, worden ofwel in het geheel geen ofwel verkeerde en ongewenste resultaten bereikt.

Nadat een mens in zijn eigen geest het verschil tussen de intellect-, de emotie- en de bewegingsfuncties heeft vastgelegd, moet hij, wanneer hij zichzelf waarneemt, onmiddellijk zijn indrukken in de betreffende categorie onderbrengen. En aanvankelijk moet hij alleen die waarnemingen in zijn geest noteren waarover hij helemaal niet in twijfel verkeert, dat wil zeggen die waarvan hij onmiddellijk ziet tot welke categorie ze behoren. Hij moet alle vage en twijfelachtige gevallen terzijde laten en zich alleen die herinneren welke aan geen enkele twijfel onderhevig zijn. Als het werk op de juiste wijze wordt verricht, zal het aantal niet aan twijfel onderhevige waarnemingen snel toenemen. En wat eerst twijfelachtig scheen, zal weldra blijken duidelijk te behoren tot het eerste, het tweede of het derde centrum.

Ieder centrum heeft zijn eigen geheugen, zijn eigen associaties, zijn eigen denken. In feite bestaat ieder centrum uit drie delen:

  • het denkende
  • het voelende
  • het motorische
Maar wij weten heel weinig van deze kant van onze natuur af. In ieder centrum kennen wij slechts één deel. Zelfwaarneming zal ons echter heel spoedig tonen dat ons geestelijk leven veel rijker is, of in ieder geval dat het meer mogelijkheden bevat, dan wij denken.


Tegelijkertijd zullen wij bij het gadeslaan van het werk der centra behalve hun juiste ook hun verkeerde werking opmerken, dat wil zeggen het werken van het ene centrum voor het andere:
  • de pogingen van het denkcentrum om te voelen of te doen alsof het voelt,
  • de pogingen van het gevoelscentrum om te denken
  • en de pogingen van het bewegingscentrum om te denken en te voelen.
Zoals reeds eerder werd gezegd, is het soms nuttig als het ene centrum het werk van een ander overneemt, want dit waarborgt de continuïteit van onze psychische werkzaamheid. Maar wanneer dit een gewoonte wordt, wordt het tegelijk ook schadelijk: het begint de juiste werkzaamheid te verstoren doordat het ieder centrum de kans geeft zijn eigen directe plichten te verwaarlozen en te doen, niet wat het zou moeten doen, maar wat het op het ogenblik het liefste doet. In een normaal gezond mens doet ieder centrum zijn eigen werk, dat wil zeggen het werk waarvoor het speciaal bestemd is en dat het daardoor het beste kan verrichten.

Er doen zich in het leven situaties voor die alleen door het denkcentrum op de juiste wijze behandeld kunnen worden en waarvoor alleen dit centrum een uitweg kan vinden.

Als op dit moment echter het emotie-centrum begint te werken in plaats van het denkcentrum, zal het alles in de war sturen, en het resultaat van deze inmenging zal hoogst onbevredigend zijn.

In een onevenwichtig mens heeft dit overnemen door het ene centrum van het werk van een ander vrij voortdurend plaats, en dit is precies wat men 'onevenwichtig' of 'neurotische' noemt. Ieder centrum streeft er als het ware naar zijn werk af te schuiven op een ander en probeert tegelijkertijd het werk van een ander centrum te doen waarvoor het net is toegerust.

dinsdag 3 juni 2008

»["Mens" onderverdeeld volgens de trappen van de evolutie] [Dutch]

** Mens nummer 1, 2 en 3 vormen de mechanische mensheid: dit zijn de mensen die op het peil zijn blijven staan waarop zij werden geboren. **
( > = de overhand hebben op)
( het weten )
( iedereen wordt geboren als mens nummer 1, nummer 2 of nummer 3)

  • Mens nummer 1: is de mens bij wie het zwaartepunt van zijn psychische leven ligt in het bewegingscentrum. Het is de mens van het fysieke lichaam, de mens in wie de bewegings- en instinct-functies voortdurend de overhand hebben op de emotie- en denkfuncties.
  • Dus: [bewegings- en instinct-functies] > [emotie- en denkfuncties]
  • Een weten dat gebaseerd is op nabootsing of op instincten, of dat uit het hoofd is geleerd, ingepompt of ingestampt. Een mens nummer 1, indien hij werkelijk een mens nummer 1 in de volle zin van het woord is, leert alles als een papegaai of een aap.
---
  • Mens nummer 2: staat op hetzelfde peil van ontwikkeling, maar bij hem ligt het zwaartepunt van zijn psychische leven in het emotiecentrum; de mens dus bij wie de emotie-functies de overhand hebben op alle andere: de gevoelsmens, de emotionele mens.
  • Dus: [emotie-functies] > [bewegings- denk- en instinct-functies]
  • Enkel het weten van wat hij prettig vindt; wat hij niet prettig vindt, wil hij niet weten. Altijd en in alles wenst hij iets prettigs. Of, als hij ziek is, wil hij omgekeerd enkel weten wat hij niet prettig vindt, wat hem afstoot en wat angst, afschuw en walging in hem oproept.
---
  • Mens nummer 3: staat ook op hetzelfde ontwikkelingspeil, maar bij hem ligt het zwaartepunt van zijn psychische leven in het intellect-centrum; met andere woorden, de mens in wie de denkfuncties de overhand hebben op de bewegings-, instinct- en emotie-functies; de verstandsmens, die overal een theorie voor heeft en altijd uitgaat van verstandelijke overwegingen.
  • Dus: [denkfuncties] > [bewegings-, instinct- en emotie-functies]
  • Een weten gebaseerd op subjectief logisch denken, op woorden, op letterlijk begrip. Het is het weten van boekenwurmen, van schoolse geleerden. Mens nummer 3 hebben bijvoorbeeld geteld hoeveel maal iedere letter van het Arabische alfabet in de Koran voorkomt en hebben daarop een heel stelsel van Koran-interpretatie gebouwd.
** Mens nummer 4 is een tussenstadium. **
  • Mens nummer 4 wordt niet kant en klaar geboren. Hij wordt geboren als nummer 1, nummer 2 of nummer 3 en wordt pas mens nummer 4 als gevolg van inspanningen van zeer bepaalde aard. Mens nummer 4 is altijd het produkt van schoolwerk. De mens kan niet als zodanig worden geboren, noch zich toevallig of als resultaat van de gewonde invloeden van opvoeding, onderwijs en cultuur tot mens nummer vier ontwikkelen. Mens nummer 4 staat reeds op een ander niveau dan mens nummer 1, 2 of 3; hij heeft een duurzaam zwaartepunt dat bestaat uit zijn denkbeelden, uit zijn besef van de waarde van het werk, en uit zijn relatie tot de school. Bovendien zijn zijn psychische centra reeds begonnen in evenwicht te komen; één centrum kan in hem niet meer zo de andere overheersen als bij de mensen van de eerste drie categorieën. Mens nummer 4 begint zichzelf reeds te kennen en begint te weten waarheen hij gaat.
  • Het weten van mens nummer 4 is een heel ander soort weten. Het is een weten afkomstig van mens nummer 5, die het ontvangen heeft van nummer 6, die het op zijn beurt weer van nummer 7 heeft ontvangen. Natuurlijk neemt mens nummer 4 van dit weten alleen datgene op waartoe zijn vermogens hem in staat stellen. Maar vergeleken met mens nummer 1,2 en 3 begint mens nummer 4 vrij te komen van de subjectieve elementen in zijn weten en het pad op te gaan naar het objectieve weten.
** Mens nummer 5 is een voor ons onbereikbaar menselijk niveau, want hij heeft eenheid bereikt.**
  • Mens nummer 5 is reeds uitgekristalliseerd; hij kan niet meer zo voortdurend veranderen als mens nummer 1, 2 en 3. Opgemerkt dient echt te worden dat mens nummer 5 zowel het resultaat van juist werk als van verkeerd werk kan zijn. Hij kan nummer 5 zijn geworden na nummer 4 geweest te zijn en hij kan 5 zijn geworden zonder eerst 4 te zijn geweest. In dit laatste geval kan hij zich echter niet verder ontwikkelen, kan hij geen nummer 6 of 7 worden. Om nummer 6 te worden, moet hij zijn reeds uitgekristalliseerde essentie weer oplossen, moet hij doelbewust zijn 'zijn' van mens nummer 5 verliezen. En dit kan alleen door vreselijk lijden worden bereikt. Gelukkig komen deze gevallen van verkeerde ontwikkeling heel zelden voor.
  • Het weten van mens nummer 5 is één geheel en ondeelbaar. Hij heeft nu een-en-ondeelbaar Ik en al zijn kennis behoort tot dit Ik. Hij kan niet een 'ik' hebben dat iets weet wat een ander 'ik' niet weet. Wat hij weet, weet hij met zijn gehele wezen. Zijn weten staat dichter bij het objectieve weten dan dat van mens nummer 4.
** Mens nummer 6 staat heel dicht bij mens nummer 7. Hij verschilt enkel hierin van hem, dat sommige van zijn eigenschappen nog niet duurzaam zijn geworden.**
  • Het weten van mens nummer 6 is het volledige weten dat voor de mens mogelijk is; maar het kan nog verloren gaan.
** Mens nummer 7 is een mens die ten volle de ontwikkeling heeft bereikt die voor de mens mogelijk is en alles bezit wat de mens kan bezitten, dat wil zeggen: wil, bewustzijn, een duurzaam en onveranderlijk 'Ik', individualiteit, onsterfelijkheid en vele andere eigenschappen die wij onszelf in blindheid en onwetendheid toeschrijven. Alleen wanneer wij tot op zekere hoogte mens nummer 7 en zijn eigenschappen begrijpen, kunnen wij ook de geleidelijk te doorlopen stadia begrijpen waarlangs wij hem kunnen benaderen, dat wil zeggen het voor ons mogelijke ontwikkelingsproces. **
  • Het weten van mens nummer 7 is zijn eigen weten dat hem niet meer ontnomen kan worden; het is het objectieve en volledig praktische weten van Alles.

Now the exams are over and I finally have some free time, I decided to write down what I have learned so far etc.

What really 'woke' me up that made me think of my blog was this piece from [In Search of the Miraculous]:

"Fusion, inner unity, is obtained by means of 'friction,' by the struggle between 'yes' and 'no' in man. If a man lives without inner struggle, if everything happens in him without opposition, if he goes wherever he is drawn or wherever the wind blows, he will remain such as he is. But if a struggle begins in him, and particularly if there is a definite line in this struggle, then, gradually, permanent traits begin to form themselves, he begins to 'crystallize.'

And if you look at my previous post:

"I'll go where the wind takes me."

So I decided to keep on writing, so that I don't forget the questions I have, because further reading, networking and observing can maybe answer those questions.