,,Het beginsel 'ken uzelf' is zeer rijk van inhoud. In de eerste plaats is het nodig dat iemand die zichzelf wil kennen, begrijpt wat dit betekent, wat ermee samenhangt, en waar het noodzakelijkerwijs op berust.--
[...]
,,Studie van zichzelf is het werk, of de weg die naar zelfkennis voert.
,,Maar om zichzelf te bestuderen, moet men eerst leren hoe te studeren, waar te beginnen, welke methoden te gebruiken. Een mens moet leren hoe zichzelf te bestuderen en hij moet de methoden bestuderen van studie van zichzelf.
- De machines zijn in alle mensen min of meer van dezelfde makelij; daarom moet de mens vóór alles zijn organisme bestuderen :
- de bouw van zijn organisme
- de functies van zijn organisme
- en de wetten van zijn organisme
- Zo is het nodig bij het observeren van de functies van de menselijke machine de juiste indeling van de waargenomen functies te begrijpen en in staat te zijn deze nauwkeurig en onmiddellijk te onderscheiden.
Er bestaan twee methodes van zelfwaarneming:
- analyse
- registreren
--
- 'Registreren', dat wil zeggen vastleggen van het resultaat van directe waarneming van hetgeen zich in hem afspeelt, levert het belangrijkste materiaal in het werk der studie van zichzelf.
- Wanneer een bepaald aantal 'notities' zijn verzameld en tegelijkertijd tot op zekere hoogte de wetten zijn bestudeerd en begrepen, wordt analyse mogelijk.
- (dus 1. 'Registreren' 2. Analyse)
Alle werkzaamheid van de menselijke machine is onderverdeeld in 4 groepen scherp omlijnde functies, die ieder bestuurd worden door een eigen 'brein' of 'centrum'.

Namelijk de:
- intellect- of denkfunctie
- emotie- of gevoelsfunctie
- bewegingsfunctie
- instinctfunctie
De denkfunctie werkt altijd door middel van vergelijking. Intellectuele conclusies zijn altijd het resultaat van vergelijking van twee of meer indrukken.
Gewaarwording* en gevoel redeneren niet en vergelijken niet; zij onderscheiden een indruk eenvoudig zoals deze zich voordoet als aangenaam of onaangenaam in een of andere zin, naar kleur, smaak of geur. Gewaarwordingen kunnen bovendien neutraal zijn - warm noch koud, aangenaam noch onaangenaam; 'wit papier', 'rood potlood'. In de gewaarwording van wit of rood ligt niets aangenaams of onaangenaams. Er hoeft althans met de een of andere kleur niets aangenaams of onaangenaams verbonden te zijn. Deze gewaarwordingen, die van de zogenaamde 'vijf zinnen' en andere, zoals het gevoel van wamte, koude enzovoorts, zijn instinctief. Gevoelsfuncties of emoties zijn altijd aangenaam of onaangenaam; neutrale emoties bestaan niet.
* gewaarwording = het bewust worden van indrukken
"Sensation and emotion do not reason, do not compare, they simply define a given impression by its aspect, by its being pleasant or unpleasant in one sense or another, by its color, taste, or smell. Moreover, sensations can be indifferent—neither warm nor cold, neither pleasant nor unpleasant: 'white paper,' 'red pencil.' In the sensation of white or red there is nothing either pleasant or unpleasant. At any rate there need not necessarily be anything pleasant or unpleasant connected with this or that color. These sensations, the so-called 'five senses,' and others, like the feeling of warmth, cold, and so on, are instinctive. Feeling functions or emotions are always pleasant or unpleasant; indifferent emotions do not exist.
--
Door middel van het verstand zien wij één aspect van de dingen en gebeurtenissen, door middel van de gevoelens een ander aspect en door middel van de gewaarwordingen een derde aspect. De meest volledige kennis die voor ons van een gegeven onderwerp mogelijk is, kan alleen worden verkregen als wij het gelijktijdig met ons verstand, onze gevoelens en onze gewaarwordingen onderzoeken. Een ieder die juiste kennis wil verwerven, moet streven naar de mogelijkheid van een zodanig onderzoeken.
[...]
Bestuderen is één ding, veranderen een ander.
[...]
Verandering is onder gewone omstandigheden onmogelijk, omdat een mens wanneer hij iets wil veranderen, alleen dit ene wil veranderen. Maar alles in de machine is onderling verbonden en iedere functie wordt onvermijdelijk in evenwicht gehouden door een andere functie of door een hele reeks andere functies, hoewel wij ons niet bewust zijn van deze onderlinge verbondenheid van de verschillende functies in onszelf. De machine is op ieder moment van haar werkzaamheid in al haar onderdelen uitgebalanceerd. Als iemand in zichzelf iets ontdekt wat hem niet aanstaat en zich inspanningen getroost om dit te veranderen, zal hij misschien een zeker resultaat bereiken. Maar tegelijk met dit resultaat zal hij onvermijdelijk een ander resultaat verkrijgen dat hij niet in het minst verwachtte of wenste en dat hij niet kon hebben vermoed. Door er naar te streven alles te vernielen en te vernietigen wat hem niet aanstaat, door zijn inspanningen voor dit doel, verstoort hij het evenwicht van de machine. De machine streeft ernaar het evenwicht te herstellen en zij herstelt dit evenwicht dor een nieuwe functie te scheppen die de mens niet had kunnen voorzien.
Daarom moet iemand die op de juiste manier aan zichzelf werkt de mogelijkheid van compenserende veranderingen in aanmerking nemen en daarmee bij voorbaat rekening houden. Alleen op deze wijze is het mogelijk ongewenste veranderingen, of het optreden van eigenschappen die lijnrecht in strijd zijn met het doel en de richting van het werk, te vermijden.
Maar in het algemene systeem van werken en functioneren van de menselijke machine zijn bepaalde punten waarin een verandering kan worden teweeggebracht zonder dat dit aanleiding geeft tot het optreden van nevengevolgen.
Het is nodig deze punten te kennen en te weten hoe ze te benaderen, want als men niet met deze punten begint, worden ofwel in het geheel geen ofwel verkeerde en ongewenste resultaten bereikt.
Nadat een mens in zijn eigen geest het verschil tussen de intellect-, de emotie- en de bewegingsfuncties heeft vastgelegd, moet hij, wanneer hij zichzelf waarneemt, onmiddellijk zijn indrukken in de betreffende categorie onderbrengen. En aanvankelijk moet hij alleen die waarnemingen in zijn geest noteren waarover hij helemaal niet in twijfel verkeert, dat wil zeggen die waarvan hij onmiddellijk ziet tot welke categorie ze behoren. Hij moet alle vage en twijfelachtige gevallen terzijde laten en zich alleen die herinneren welke aan geen enkele twijfel onderhevig zijn. Als het werk op de juiste wijze wordt verricht, zal het aantal niet aan twijfel onderhevige waarnemingen snel toenemen. En wat eerst twijfelachtig scheen, zal weldra blijken duidelijk te behoren tot het eerste, het tweede of het derde centrum.
Ieder centrum heeft zijn eigen geheugen, zijn eigen associaties, zijn eigen denken. In feite bestaat ieder centrum uit drie delen:
- het denkende
- het voelende
- het motorische

Tegelijkertijd zullen wij bij het gadeslaan van het werk der centra behalve hun juiste ook hun verkeerde werking opmerken, dat wil zeggen het werken van het ene centrum voor het andere:
- de pogingen van het denkcentrum om te voelen of te doen alsof het voelt,
- de pogingen van het gevoelscentrum om te denken
- en de pogingen van het bewegingscentrum om te denken en te voelen.
Er doen zich in het leven situaties voor die alleen door het denkcentrum op de juiste wijze behandeld kunnen worden en waarvoor alleen dit centrum een uitweg kan vinden.
Als op dit moment echter het emotie-centrum begint te werken in plaats van het denkcentrum, zal het alles in de war sturen, en het resultaat van deze inmenging zal hoogst onbevredigend zijn.
In een onevenwichtig mens heeft dit overnemen door het ene centrum van het werk van een ander vrij voortdurend plaats, en dit is precies wat men 'onevenwichtig' of 'neurotische' noemt. Ieder centrum streeft er als het ware naar zijn werk af te schuiven op een ander en probeert tegelijkertijd het werk van een ander centrum te doen waarvoor het net is toegerust.











